ECLI:NL:RVS:2026:4180
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en SIS-signalering wegens ontbreken verblijf in Nederland
Appellant, een Bengaalse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'studie'. Deze vergunning werd ingetrokken met ingang van 1 maart 2023 omdat de onderwijsinstelling hem had afgemeld wegens onvoldoende studievoortgang. De minister nam een terugkeerbesluit en liet appellant in het Schengeninformatiesysteem (SIS) signaleren.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, omdat hij inmiddels naar Portugal was verhuisd. De rechtbank oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat appellant zich op het moment van het terugkeerbesluit in Nederland bevond, maar wel binnen de EU. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat dit onjuist is en dat het terugkeerbesluit niet genomen had mogen worden omdat appellant niet fysiek in Nederland verbleef.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaart het hoger beroep gegrond en herroept het terugkeerbesluit en de SIS-signalering. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en de minister moet de SIS-signalering verwijderen conform EU-verordening.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering worden vernietigd omdat appellant niet in Nederland verbleef bij het besluit, en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.