ECLI:NL:RVS:2026:4216
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onrechtmatigheid en procesbelang
Betrokkene, een Afghaanse staatsburger, diende op 20 september 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 12 juni 2022 af, verklaarde hem onmiddellijk de Europese Unie te moeten verlaten en vaardigde een inreisverbod uit. Betrokkene vertrok vrijwillig naar de Verenigde Staten en trok het beroep tegen de asielafwijzing in, maar handhaafde het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit in zijn geheel. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het gehele besluit vernietigde, omdat betrokkene het beroep tegen de asielafwijzing had ingetrokken en het geschil zich beperkte tot het terugkeerbesluit en inreisverbod.
De Afdeling bevestigde dat betrokkene procesbelang heeft bij het beroep, ondanks zijn vertrek naar de Verenigde Staten, mede vanwege het uitgevaardigde inreisverbod. De Afdeling stelde vast dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was omdat Afghanistan als land van terugkeer was opgenomen, terwijl betrokkene daar een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro loopt en hij inmiddels vrijwillig naar de Verenigde Staten was vertrokken, wat niet in het besluit was verwerkt.
De Afdeling vernietigde daarom het terugkeerbesluit en het daarop gebaseerde inreisverbod, maar bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn vernietigd wegens onrechtmatigheid, terwijl het beroep tegen de asielafwijzing is ingetrokken.