ECLI:NL:RVS:2026:4218
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot vertrek uit de Europese Unie en signalering in Schengeninformatiesysteem
Appellant werd bij besluit van 15 december 2022 opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat bij besluit van 19 april 2023 ongegrond werd verklaard. Tevens werd appellant gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem in verband met terugkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond op 8 december 2023. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen te bevorderen. De Afdeling verwijst naar een andere uitspraak waarin de rechtsvraag over de evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een signalering is beantwoord en ziet geen reden hiervan af te wijken.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.