ECLI:NL:RVS:2026:4221
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid niet gerechtvaardigd
Op 6 juni 2025 verleende de korpschef van politie toestemming aan een bedrijf om een persoon als steward beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Deze toestemming werd op 7 november 2025 ingetrokken omdat de betrouwbaarheid van de betrokkene niet langer boven iedere twijfel zou zijn verheven, gebaseerd op het handelen in vapes op 15 oktober 2025 en het aantreffen van 25 dozen vapes in zijn auto op 18 september 2025.
De betrokkene erkende tijdens de bezwaarprocedure het handelen in vapes. De rechtbank oordeelde echter dat de korpschef had moeten volstaan met een waarschuwing, mede omdat de betrokkene niet strafrechtelijk vervolgd was en een blanco strafblad had. Ook werd meegewogen dat de intrekking de opleiding van de betrokkene zou belemmeren.
De korpschef stelde in hoger beroep dat de intrekking geen invloed had op de opleidingstoestemming en dat de betrouwbaarheid onvoldoende was. De Raad van State overwoog dat artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus beoordelingsruimte biedt en dat de maatregel proportioneel en noodzakelijk moet zijn.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de korpschef onzorgvuldig had gehandeld en dat de intrekking niet noodzakelijk was. De rechtbank had het beroep van de betrokkene terecht gegrond verklaard. Het hoger beroep van de korpschef werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en de korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de intrekking van de toestemming onterecht was en wijst het hoger beroep van de korpschef af.