ECLI:NL:RVS:2026:4234
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar zorgtoeslag wegens termijnoverschrijding
De Dienst Toeslagen heeft op 10 januari 2023 aan appellante medegedeeld dat haar zorgtoeslagen over 2015 en 2016 zijn herzien en vastgesteld op nul euro. Appellante maakte op 3 september 2024 bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn die liep tot 22 februari 2023.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en oordeelde dat appellante geen relevante omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding van tachtig weken konden rechtvaardigen. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarin is bepaald dat bij termijnoverschrijding moet worden beoordeeld of de indiener in verzuim is geweest en of het bezwaar zo spoedig mogelijk is ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Appellante heeft pas op 10 augustus 2023 contact gezocht met de Dienst Toeslagen en vervolgens pas na een jaar een bezwaarschrift ingediend, terwijl zij uit de besluiten had kunnen afleiden dat zij zes weken de tijd had. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.