ECLI:NL:RVS:2026:4240
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring en verlenging door minister van Asiel en Migratie
Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld en de termijn van deze maatregel verlengd met maximaal twaalf maanden. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 mei 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens verwees zij naar een eerdere uitspraak van 16 juli 2026 waarin een vergelijkbare rechtsvraag over de berekening van de maximale bewaringsduur op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was beantwoord.
De Afdeling zag geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie en achtte de bewaring niet onrechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor de bewaring en verlenging daarvan in stand blijven.