ECLI:NL:RVS:2026:426
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op onmenselijke behandeling
Appellant heeft bij besluit van 2 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 19 maart 2025. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat van appellant terughoudendheid mag worden verwacht met betrekking tot zijn verslaving en middelengebruik bij terugkeer naar Somalië. Tevens is vastgesteld dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het oordeel van de rechtbank niet verder gemotiveerd hoeft te worden. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.