ECLI:NL:RVS:2026:4286
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving kamergewijze verhuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven legde op 30 mei 2024 een last onder dwangsom op aan appellant wegens kamergewijze verhuur in strijd met het bestemmingsplan. Appellant stelde dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door bij hem wel te handhaven en bij anderen niet. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het bij appellant met prioriteit 1 handhaafde en bij anderen niet, en verlengde de begunstigingstermijn tot 1 januari 2026.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien door een begunstigingstermijn vast te stellen. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit niet had mogen doen en vernietigde dit deel van het vonnis. Het college had inmiddels een eenduidige handhavingspraktijk ontwikkeld en gaf aan binnen afzienbare tijd tegen alle overtredingen op te treden.
De Raad van State besloot zelf in de zaak te voorzien en stelde een nieuwe begunstigingstermijn vast tot 1 augustus 2027, waarmee appellant de tijd krijgt om aan de last te voldoen. Het college moet de proceskosten van appellant vergoeden. De last onder dwangsom blijft in stand, maar met de nieuwe termijn wordt een gelijke en evenredige handhaving gewaarborgd.
Uitkomst: De Raad van State stelt een nieuwe begunstigingstermijn vast tot 1 augustus 2027 en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat een eerdere termijn bepaalde.