ECLI:NL:RVS:2026:4290
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwstop garage zonder omgevingsvergunning in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 8 april 2021 aan Javis B.V. een last onder bestuursdwang op om bouwwerkzaamheden aan de garagevloer op het perceel Cederstraat 31 te staken, omdat deze zonder omgevingsvergunning werden uitgevoerd. Javis voerde aan dat de werkzaamheden vergunningvrij waren omdat de garage een bijbehorend bouwwerk zou zijn en de vloer geen wijziging van de draagconstructie betrof.
De rechtbank verklaarde het beroep van Javis ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de garage niet als hoofdgebouw heeft aangemerkt en dat de vloer in samenhang met het garagegebouw moet worden gezien. De vloer maakt geen onderdeel uit van de draagconstructie, zodat de wijziging niet vergunningplichtig is op grond van artikel 3, onderdeel 8, van bijlage II van het Bor.
De Afdeling stelt dat de bouwstop niet disproportioneel was, omdat het college niet hoeft te onderzoeken of de bouw gelegaliseerd kan worden voordat het handhavend optreedt. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens worden proceskosten aan Javis toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot bouwstop wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.