ECLI:NL:RVS:2026:4298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing rectificatie politiegegevens en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De appellant verzocht de korpschef om rectificatie van politiegegevens, waaronder de verwijdering van de projectcode 'corona' en wijziging van de kwalificatie van e-mails als '(Dreig)mail'. Deze verzoeken werden door de korpschef afgewezen en de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. De appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had getoetst of de kwalificatie van de e-mail correct was en dat er geen effectieve rechtsbescherming bestond omdat meningen en indrukken als feiten werden gebruikt in strafrechtelijke procedures.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het correctierecht op grond van de Wet politiegegevens niet ziet op meningen en indrukken, maar op feitelijke onjuistheden. De kwalificatie '(Dreig)mail' betreft een indruk van de verbalisant en is daarom niet voor rectificatie vatbaar. Het betoog over het ontbreken van een effectieve voorziening werd verworpen omdat de strafrechter een eigen bewijstoets uitvoert.
De appellant trok zijn beroepsgrond over de projectcode 'corona' in. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van vier jaar was overschreden met een jaar en drie maanden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van € 1.500,00 aan de appellant moet betalen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en schadevergoeding van € 1.500,00 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.