ECLI:NL:RVS:2026:4306
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen besluit bij weigering collegegeldbetaling via derde partij door universiteit
Appellant is toegelaten tot de bacheloropleiding Economics aan Tilburg University en verzocht het college om te faciliteren dat zijn collegegeld door The United States Department of Veterans Affairs (USDVA) wordt voldaan. Het college weigerde dit verzoek per e-mail van 6 januari 2026, omdat het aangaan van een overeenkomst met USDVA geen publiekrechtelijke grondslag heeft en bovendien in strijd zou zijn met wettelijke verplichtingen en de AVG.
Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het e-mailbericht geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het verzoek om een overeenkomst met een derde aan te gaan privaatrechtelijk van aard is en niet leidt tot een publiekrechtelijke rechtshandeling.
De Afdeling benadrukt dat de Whw geen verplichting bevat voor onderwijsinstellingen om dergelijke overeenkomsten te sluiten en dat het feit dat collegegeld door een derde kan worden voldaan niet betekent dat het college hiertoe verplicht is. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het e-mailbericht van Tilburg University is geen besluit in de zin van de Awb, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en het beroep ongegrond is.