ECLI:NL:RVS:2026:4311
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag bij besluit van 12 januari 2026 afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het afwijzingsbesluit ongegrond.
Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.