ECLI:NL:RVS:2026:4313
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet toewijzen proceskosten in bewaringstelling
Appellant is bij besluit van 30 april 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de rechtbank ten onrechte de minister niet in de proceskosten had veroordeeld, ondanks dat er gebreken waren in het voortraject, zoals het gebruik van een niet beëdigde tolk en het ontbreken van een Verklaring Omtrent het Gedrag. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze klacht terecht was en dat de rechtbank de minister had moeten veroordelen in de proceskosten.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de minister niet in de proceskosten veroordeelde, bevestigde de rest van de uitspraak en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief die van het hoger beroep. De bewaring zelf werd niet onrechtmatig bevonden en er waren geen relevante vragen over Unierecht aan de orde.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de minister niet in de proceskosten is veroordeeld; de minister moet deze kosten vergoeden.