ECLI:NL:RVS:2024:1544
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding wegens onjuist proces-verbaal in vreemdelingenbewaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 8 juli 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring, maar de rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het hoger beroep betrof de onjuiste functiebenaming van twee verbalisanten in het proces-verbaal van 8 juli 2022, wat volgens de vreemdeling tot een proceskostenveroordeling had moeten leiden.
De Raad van State oordeelde dat het gebrek in het proces-verbaal betrekking had op de staandehouding, overbrenging en ophouding van de vreemdeling en dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. De Afdeling vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betrof en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten, inclusief een licht verminderde vergoeding voor het hoger beroep vanwege de eenvoudige aard van het geschil.
De bewaring zelf werd ambtshalve niet onrechtmatig bevonden. De uitspraak bevestigde verder het vonnis van de rechtbank, behalve waar het ging om de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens een onjuist proces-verbaal bij de bewaring van de vreemdeling.