ECLI:NL:RVS:2026:4406
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning bedrijfsverzamelgebouwen ondanks bezwaren over stedenbouwkundige toetsing en welstand
Harcom Projectontwikkeling B.V. vroeg op 13 juli 2021 een omgevingsvergunning aan voor drie bedrijfsverzamelgebouwen op het perceel Het Eeftink in Enschede. Het college van burgemeester en wethouders verleende de vergunning op 9 november 2021, met een aanvullend besluit op bezwaar in mei 2022. Appellanten, buren van het perceel, stelden dat het college niet volledig had getoetst aan de planregels, met name de voorwaarden voor afwijking van de gevellijn, en dat het bouwplan afbreuk deed aan de stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit. Ook werd betoogd dat het welstandsadvies onvoldoende zorgvuldig was en dat het bouwplan niet voldeed aan redelijke eisen van welstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dit oordeel. Het college had volgens de Afdeling wel degelijk getoetst aan de zes algemene voorwaarden uit de planregels en zich gebaseerd op deskundige adviezen van de stadsbouwmeester en de gemeentelijke stedenbouwkundige. Het door appellanten overgelegde advies van Buro SRO bood onvoldoende aanleiding om het standpunt van het college te betwijfelen. Ook het voorbereidingsbesluit en het gemeentelijke beleid stonden de vergunningverlening niet in de weg.
Ten aanzien van de welstandsoordelen oordeelde de Afdeling dat het college terecht was uitgegaan van het advies van de stadsbouwmeester, die het bouwplan als representatief beoordeelde. De aanwezigheid van een blinde gevel aan de zuidzijde van één gebouw was niet doorslaggevend, omdat het geheel van de drie gebouwen representatief bleef. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waarna de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 aan appellanten en Harcom, plus vergoeding van proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; vergunning bevestigd; schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.