ECLI:NL:RVS:2026:4419
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bedrijfsruimte ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht verleende op 6 juni 2019 een omgevingsvergunning aan Merwestreek Projecten B.V. voor het bouwen van een bedrijfsruimte van 9 meter hoog aan de Carneool 148. De bedrijfsruimte wijkt af van het bestemmingsplan door dichter bij de perceelsgrens te bouwen dan de toegestane 2,5 meter. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege de impact op zijn woonomgeving, waaronder verlies van uitzicht en mogelijke hittestress.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank Rotterdam het beroep van appellant aanvankelijk gegrond verklaarde en het besluit vernietigde wegens onvoldoende belangenafweging. Na hernieuwde besluitvorming handhaafde het college de vergunning met aanvullende voorschriften om hinderlijke reflecties te beperken. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank en het college onvoldoende rekening hielden met de ruimtelijke structuur, brandveiligheid en zijn belangen, waaronder het uitzichtverlies en hittestress. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht uitging van de bouwhoogte die al in het bestemmingsplan was vastgesteld en dat de nadelige gevolgen van de afwijking zorgvuldig waren onderzocht en afgewogen. Het college had beleidsruimte en had de belangen van appellant voldoende meegewogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de bedrijfsruimte blijft gehandhaafd.