ECLI:NL:RVS:2026:4444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift haaghoogte en gedeeltelijke bevestiging weigering fietsenberging in Houten
Het college van burgemeester en wethouders van Houten verleende op 15 november 2021 een omgevingsvergunning aan appellant B voor het plaatsen van een overkapping en een fietsenberging op een perceel met een monumentale boerderij. Appellant A, wonende nabij, verzette zich tegen beide vergunningen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank deels het besluit van het college, waarna beide appellanten hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte zonder nadere motivering was afgegaan op een gewijzigd positief advies van de erfgoedcommissie over de positionering van de overkapping. Ook was het voorschrift dat de haag achter de overkapping 2,00 meter hoog moest zijn niet passend bij een levende haag en onvoldoende gemotiveerd. Daarom werd het besluit van 30 september 2022 vernietigd voor zover het de vergunning voor de overkapping en het haagvoorschrift betrof.
Ten aanzien van de fietsenberging bevestigde de Afdeling dat het college de vergunning mocht weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. De fietsenberging zou leiden tot een voller en rommeliger straatbeeld en het college mocht zich beroepen op beleidsruimte en het voorkomen van precedentwerking. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan beide appellanten en gelastte vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd voor het haagvoorschrift en de vergunning voor de overkapping, maar de weigering van de vergunning voor de fietsenberging wordt bevestigd.