ECLI:NL:RVS:2026:1382
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- C.C.W. Lange
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek constructieve veiligheid woning Maasland
In deze zaak gaat het om een handhavingsverzoek van appellanten tegen het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland, dat in 2017 werd afgewezen. De kwestie betreft interne verbouwingen aan een woning in Maasland uit 2011, waarbij zonder omgevingsvergunning een dragende wand werd vervangen door balken. Het college verleende in 2012 een omgevingsvergunning om de situatie te legaliseren, met voorwaarden voor constructieve aanpassingen.
Appellanten stelden dat de werkzaamheden niet conform de vergunning waren uitgevoerd en verzochten om handhaving. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten van het college wegens onvoldoende onderzoek, waarna het college opnieuw bezwaar afwees. De rechtbank stelde een deskundigenbericht van de STAB in, die concludeerde dat de constructie ondanks afwijkingen aan het Bouwbesluit 2012 voldoet.
De rechtbank oordeelde dat handhavend optreden onevenredig is en liet de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand. Appellanten voerden hoger beroep aan tegen de beperkte reikwijdte van het geschil en de constructieve veiligheid, maar de Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze gronden. De Afdeling bevestigde dat de STAB-rapportage betrouwbaar is en dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. Het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek blijft in stand.