ECLI:NL:RVS:2026:4447
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overname private schuld toeslagenaffaire wegens niet-opeisbaarheid
In deze zaak heeft appellante, als gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht om overname van een private schuld van € 22.726,21 bij Interbank. De minister heeft dit verzoek geweigerd omdat de schuld niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar was, zoals vereist in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank Amsterdam heeft de afwijzing van het bezwaar van appellante bevestigd en geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een andere uitkomst rechtvaardigen. De schuld was niet opeisbaar omdat appellante tijdig aan haar betalingsverplichtingen had voldaan en er geen achterstallige termijnen of incassomaatregelen waren.
Appellante voerde aan dat de schuld mondeling was opgeëist, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt en strookt niet met de e-mail van Interbank. Ook het beroep op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel werd verworpen, omdat het onderscheid tussen gedupeerden met en zonder betalingsachterstand door de wetgever is gemaakt en eerder door de Afdeling is bevestigd.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de overname van de private schuld wordt bevestigd.