ECLI:NL:RVS:2026:4448
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsbesluit dakopbouw met geringe overschrijding mandelige muur
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees het verzoek van appellant sub 1 af om handhavend op te treden tegen een dakopbouw die 3 cm over de mandelige scheidingsmuur uitsteekt. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig en beval een nieuw besluit. Appellanten sub 2, eigenaren van de dakopbouw, stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de overschrijding van 3 cm een geringe afwijking betreft die nauwelijks waarneembaar is en dat handhaving ingrijpende en kostbare bouwwerkzaamheden met zich mee zou brengen. Het belang van appellant sub 1 bij volledige eigendomsoverdracht weegt in dit concrete geval niet zwaarder dan het algemeen belang bij handhaving, mede omdat de bouwvergunning uit 2005 het bouwen op de mandelige muur toestaat.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van appellanten sub 2 gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond. Het besluit van het college om het handhavingsverzoek af te wijzen blijft in stand. Tevens wordt het besluit van 19 februari 2025 tot last onder dwangsom vernietigd en wordt de door het college verbeurde dwangsom wegens niet tijdig beslissen vastgesteld op het maximale bedrag van € 1.442,00, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Het college mag het handhavingsverzoek afwijzen wegens onevenredigheid; het besluit tot last onder dwangsom wordt vernietigd en de maximale dwangsom wordt vastgesteld.