ECLI:NL:RVS:2026:460
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaren tegen verzoek financiële kengetallen advocatenkantoren
In deze zaak gaat het om het verzoek van de deken van de Orde van Advocaten Den Haag aan advocatenkantoren om financiële kengetallen over de jaren 2019/2020 en 2020/2021 aan te leveren. De appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen deze verzoeken, maar de deken verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen besluit in de zin van de Awb is.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek een feitelijke handeling betreft waartegen geen bezwaar en beroep openstaat, en dat dit niet gelijkgesteld kan worden aan een besluit, bestuurlijke waarschuwing of bestuurlijk rechtsoordeel. De appellanten stelden dat het verzoek wel een besluit is omdat het een rechtens afdwingbare verplichting oplegt, maar de Afdeling volgt de lijn van eerdere jurisprudentie dat het vorderen van informatie door een toezichthouder geen besluit is.
De Afdeling overweegt dat het verzoek niet vergelijkbaar is met een bestuurlijke waarschuwing, omdat er nog geen norm is overtreden bij het verzoek zelf. Ook wordt het verzoek niet gelijkgesteld met een bestuurlijk rechtsoordeel, omdat het niet onevenredig bezwarend is om de procedure over een last onder dwangsom af te wachten. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het verzoek om financiële kengetallen geen besluit is en verklaart de hoger beroepen ongegrond.