ECLI:NL:RVS:2026:464
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot correctie adresgegevens in basisregistratie personen
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om correctie van haar adresgegevens in de basisregistratie personen (brp) over de periode van 27 maart 2008 tot 11 augustus 2008. Het college wees dit verzoek af en handhaafde de afwijzing na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college voldoende had gemotiveerd dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat appellant in de gevraagde periode op het adres woonde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank het bewijscriterium te streng hanteerde en dat zij niet alleen met brondocumenten hoefde te komen. Zij stelde dat het college de juistheid van haar bewijsstukken niet betwistte en dat de belangenafweging ten onrechte niet werd gemaakt. De Afdeling oordeelde dat voor adreswijzigingen niet uitsluitend brondocumenten vereist zijn, maar dat uit de overgelegde stukken niet buiten redelijke twijfel volgt dat appellant al vanaf 27 maart 2008 op het adres woonde.
De Afdeling bevestigde dat het college terecht het verzoek afwees en dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit terecht in stand liet. Tevens werd overwogen dat de toepassing van artikel 2.22 van de Wet brp, die ambtshalve uitschrijving regelt, niet getoetst kan worden aan het evenredigheidsbeginsel. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de wet rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot correctie van adresgegevens bevestigd.