ECLI:NL:RVS:2026:477
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning voor drie maanden gesloten vanwege vermoedens van structurele drugshandel en overlast. Dit besluit is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van de politie, meldingen van buurtbewoners, observaties van opsporingsambtenaren en verklaringen van betrokkenen.
De rechtbank heeft het besluit van de burgemeester bevestigd en geoordeeld dat de sluiting bevoegd en evenredig was, ondanks dat er geen handelshoeveelheid drugs in de woning is aangetroffen. De rechtbank vond de meldingen, waaronder anonieme, voldoende onderbouwd door concrete observaties en verklaringen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de bewijsmaatstaf te laag was en dat de meldingen onvoldoende waren, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde dit niet. De Afdeling bevestigde dat de burgemeester bevoegd is om te sluiten op basis van aannemelijkheid en dat de rechtbank de feiten en omstandigheden zorgvuldig heeft gewogen.
De Afdeling benadrukte dat het niet nodig is dat drugs daadwerkelijk zijn aangetroffen en dat de anonieme meldingen in combinatie met andere bewijzen toereikend zijn. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning wegens aannemelijke drugshandel en verklaart het hoger beroep ongegrond.