Stichting Animal Rights verzocht de Minister van Landbouw om informatie over konijnenhouderijen openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. De minister maakte meerdere documenten gedeeltelijk openbaar, waaronder bedrijfsnamen en -adressen van konijnenhouders. Appellanten, de betrokken konijnenhouders, stelden beroep in tegen deze openbaarmaking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden en tevens een voorlopige voorziening vroegen om openbaarmaking van bedrijfsnamen en -adressen uit te stellen. De voorzieningenrechter oordeelde dat volledige geheimhouding niet nodig is, maar dat openbaarmaking van bedrijfsnamen en -adressen onomkeerbaar is en het belang van appellanten zwaar weegt.
Daarom werd bepaald dat de uitspraak van de rechtbank uitgevoerd moet worden, behalve voor de bedrijfsnamen en -adressen, die vervangen moeten worden door unieke aanduidingen per bedrijfslocatie. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep wordt versneld behandeld in 2026.
Uitkomst: De openbaarmaking van bedrijfsnamen en -adressen wordt uitgesteld totdat het hoger beroep is beslist, met vervanging door unieke aanduidingen per bedrijfslocatie.
Uitspraak
202505724/2/A3.
Datum uitspraak: 30 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
appellanten,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 30 oktober 2025 in zaak nr. 24/8452 en 24/8457 in het geding tussen:
appellanten
en
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Procesverloop
Bij besluit van 6 januari 2023 heeft de minister op verzoek van Stichting Animal Rights 29 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Bij aanvullend besluit van 8 juni 2023 heeft de minister nog eens 7 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Bij besluit op bezwaar van 22 oktober 2024 heeft de minister besloten nog eens 87 documenten gedeeltelijk openbaar te maken.
Appellanten zijn konijnenhouders over wie de documenten gaan en procederen anoniem, omdat het hoger beroep anders zinledig is.
Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld.
Tevens hebben appellanten de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Stichting Animal Rights heeft een reactie gegeven.
Appellanten hebben een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op de zitting van 23 januari 2026 behandeld, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. drs. K van Ginkel, rechtsbijstandsverlener in Den Haag, en de minister, vertegenwoordigd door mr. C. Vooijs, zijn verschenen. Daarnaast is tijdens de zitting Stichting Animal Rights, vertegenwoordigd door T. van Alten, rechtsbijstandsverlener in Den Haag, en [gemachtigde], als partij gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Inleiding
2. Stichting Animal Rights heeft de minister op 24 maart 2022 verzocht om informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Zij heeft gevraagd om informatie over alle in Nederland gevestigde konijnenhouderijen, waar konijnen worden gehouden als landbouwhuisdieren, over de periode van 1 januari 20217 tot 24 maart 2022. Het gaat om alle documenten die gaan over uitgevoerde inspecties en andersoortige controles en bezoeken.
Wat heeft de minister besloten?
3. De minister heeft - voor zover in deze procedure van belang - bepaald dat het belang van openbaarmaking van de bedrijfsnamen en
-adressen van appellanten zwaarder weegt dan het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het belang van de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage en het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling. De minister heeft daarom besloten om de bedrijfsnamen en -adressen openbaar te maken. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten.
Verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening
4. Appellanten zijn het daar niet mee eens en hebben de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om te bepalen dat de minister de uitspraak van de rechtbank nog niet hoeft uit te voeren totdat op het hoger beroep is beslist voor zover het gaat om de openbaarmaking van de bedrijfsnamen en -adressen.
Oordeel van de voorzieningenrechter
5. Deze procedure heeft betrekking op een deel van de documenten waar het besluit van 22 oktober 2024 over gaat, namelijk de hiertoe behorende documenten die niet feitelijk openbaar zijn gemaakt, omdat de betrokken konijnenhouder in een zienswijze te kennen had gegeven zich hiertegen te verzetten.
6. De rechtsvragen die in deze zaak voorliggen lenen zich niet voor beantwoording in de voorlopige voorzieningenprocedure. Daarom zal de voorzieningenrechter de vraag of vooruitlopend op de beoordeling van het hoger beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, beantwoorden aan de hand van een belangenafweging.
7. Zowel appellanten, de minister als Stichting Animal Rights hebben tijdens de zitting toegelicht wat hun belangen zijn bij uitvoering van de uitspraak van de rechtbank dan wel bij het niet uitvoeren daarvan. Uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft tot gevolg dat de bedrijfsnamen en -adressen van de konijnenhouders openbaar moeten worden gemaakt, wat niet meer ongedaan kan worden gemaakt en dus onomkeerbaar is. Daarmee zou ook het belang aan de bodemprocedure komen te vervallen, omdat de informatie dan openbaar is. Vergelijk de uitspraak van 14 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3886), onder 4. Gelet op wat partijen verdeeld houdt, is volledige geheimhouding van de documenten die thans heeft plaatsgevonden, evenwel niet nodig. De voorzieningenrechter ziet bij afweging van de belangen van alle betrokken partijen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat de desbetreffende documenten ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank overeenkomstig het besluit van 22 oktober 2024 openbaar worden gemaakt, met uitzondering van de bedrijfsnamen en -adressen. Openbaarmaking van die informatie blijft achterwege totdat op het hoger beroep is beslist. Om tegemoet te komen aan het belang van Stichting Animal Rights om te weten in hoeverre tot de documenten behorende rapportages zien op dezelfde bedrijfslocatie, dient de minister de bedrijfsnamen en -adressen te vervangen door unieke aanduidingen per bedrijfslocatie. Aan het belang van partijen om spoedig duidelijkheid te krijgen over wat hen verdeeld houdt, wordt tegemoet gekomen door het hoger beroep versneld op zitting te behandelen in de loop van 2026.
8. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de uitspraak van de rechtbank uitgevoerd moet worden met uitzondering van de openbaarmaking van de bedrijfsnamen en -adressen, welke gegevens dienen te worden vervangen door unieke aanduidingen per bedrijfslocatie;
II. veroordeelt de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan appellanten het door hun voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 289,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.J.A. Meerman, griffier.