ECLI:NL:RVS:2025:3886

Raad van State

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
13 augustus 2025
Zaaknummer
202504442/2/A3, 202504449/2/A3 en 202504453/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorst openbaarmaking veehouderijgegevens op grond van Wet open overheid

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft op verzoeken van journalisten besloten bedrijfsgegevens van veehouderijen grotendeels openbaar te maken op grond van de Wet open overheid. De rechtbank Overijssel heeft bij uitspraken van 10 juli 2025 de intrekkingsbesluiten van de minister vernietigd en de beroepen van derden tegen openbaarmaking ongegrond verklaard.

De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de uitvoering van de rechtbankuitspraken schorst. Dit omdat openbaarmaking onomkeerbaar is en het belang van de bodemprocedure anders zou vervallen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de schorsing noodzakelijk is om het belang van de bodemprocedure te waarborgen. De zitting in hoger beroep is versneld gepland op 28 augustus 2025, waarna zo spoedig mogelijk uitspraak zal volgen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de rechtbankuitspraken over openbaarmaking bedrijfsgegevens totdat op hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202504442/2/A3, 202504449/2/A3 en 202504453/2/A3.
Datum uitspraak: 14 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
verzoeker,
tegen de uitspraken van rechtbank Overijssel van 10 juli 2025 in zaken nrs. 23/1128, 24/2508, 24/2510, 24/2700, 24/2516, 24/2697, 24/2513, 24/2511, 24/2539, 24/3538, 23/1159, 23/1263, 23/1302, 23/1304, 23/1321, 23/1350, 23/1359, 24/3540, 23/1362 en 24/2596 in de gedingen tussen:
Farmers Defence Force, Nederlandse Melkveehouders Vakbond te Putten en anderen
en
de minister.
Procesverloop
Bij verschillende besluiten heeft de minister beslist op verschillende verzoeken van journalisten om op grond van de Wet open overheid bedrijfsgegevens van veehouderijen in Nederland openbaar te maken en besloten de gevraagde informatie grotendeels openbaar te maken.
Bij verschillende besluiten heeft de minister op de daartegen gemaakte bezwaren beslist en de bezwaren ongegrond verklaard.
Bij verschillende besluiten van 12 februari 2025 en 17 februari 2025 heeft de minister de besluiten op bezwaar ingetrokken.
Bij drie uitspraken van 10 juli 2025 heeft de rechtbank, voor zover van belang, de beroepen tegen de intrekkingsbesluiten gegrond verklaard en die besluiten vernietigd. Vervolgens heeft de rechtbank de beroepen van derde-partijen die zich verzetten tegen openbaarmaking van de gegevens ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraken heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft de minister de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.       Het verzoek van de minister strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de uitspraken van de rechtbank worden geschorst.
3.       Uitvoering van de aangevallen uitspraken heeft tot gevolg dat de gevraagde bedrijfsgegevens van veehouderijen in Nederland openbaar moeten worden gemaakt, wat niet meer ongedaan kan worden gemaakt en dus onomkeerbaar is. Daarmee zou ook het belang aan de bodemprocedure komen te vervallen, omdat de informatie dan openbaar is. De termijn voor het instellen van hoger beroep tegen de uitspraken van 10 juli 2025 verstrijkt op 21 augustus 2025. Aan het belang van de journalisten, die er belang bij hebben dat spoedig duidelijkheid wordt gegeven of de door hen verzochte informatie openbaar moet worden gemaakt, wordt tegemoet gekomen door de hoger beroepen in een meervoudige kamer op donderdag 28 augustus 2025 versneld op zitting te behandelen. De zittingskamer zal daarna zo snel mogelijk uitspraak doen.
4.       Gelet op het voorgaande, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
5.       De minister hoeft geen proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening de aangevallen uitspraken totdat op de hoger beroepen is beslist.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y. Soffner, griffier.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Soffner
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2025
818