ECLI:NL:RVS:2026:539
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake toegang geweigerd en vrijheidsontnemende maatregel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 1 en 2 september 2025 besluiten genomen waarbij betrokkene de toegang tot Nederland werd geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd. Betrokkene stelde beroep in tegen het besluit van 2 september 2025, waarop de rechtbank Den Haag op 25 september 2025 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vrijheidsontnemende maatregel gebrekkig was vanwege een vermeende schending van de informatieplicht uit artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De Afdeling stelde vast dat deze informatieplicht niet van toepassing is bij vrijheidsontnemende maatregelen op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat betrokkene geen asielaanvraag had ingediend.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.