ECLI:NL:RVS:2026:646
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- P.H.A. Knol
- J.F. de Groot
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Eemdijk-Oost: woningbouw en milieurechtelijke toetsing
De raad van de gemeente Bunschoten stelde op 2 november 2023 het bestemmingsplan Eemdijk-Oost vast, dat de bouw van 72 woningen mogelijk maakt op voormalige agrarische gronden nabij Eemdijk. Omwonenden en Stichting Behoud de Eemvallei stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege twijfels over de behoefte aan woningbouw, gevolgen voor natuur en landschap, en de naleving van milieuregels.
Na een herstelbesluit van 30 januari 2025, waarbij aanvullend ecologisch en akoestisch onderzoek werd toegevoegd, beoordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak de beroepen. De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij de regionale woningbehoefte voldoende is onderbouwd en alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied niet toereikend zijn.
Wel constateerde de Afdeling gebreken in de onderbouwing van de geluidsbelasting op het stiltegebied, de effectiviteit en borging van de stille elementenverharding, en het ontbreken van een motivering voor het accepteren van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 40 dB(A). Deze gebreken leiden tot strijd met de Awb en de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. De Afdeling legt daarom een bestuurlijke lus op, waarbij de raad binnen 20 weken de gebreken moet herstellen en de partijen moet informeren.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de raad voldoende onderzoek heeft gedaan naar soortenbescherming en stikstofdepositie, en dat het plan niet in strijd is met cultuurhistorische waarden, het landschap of het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland. Klachten over bodemkwaliteit en financiële uitvoerbaarheid zijn niet ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking, maar de Raad van State legt een bestuurlijke lus op vanwege onvoldoende onderbouwing van geluidsnormen en de voorwaardelijke verplichting stille elementenverharding.