AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging uitspraak rechtbank over afsluiting Huis ter Heideweg voor gemotoriseerd verkeer
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist nam op 30 maart 2022 een verkeersbesluit om de Huis ter Heideweg ter hoogte van het viaduct over de A28 af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van lijnbussen, om doorgaand verkeer te weren en de verkeersveiligheid te verbeteren in verband met woningbouwontwikkelingen.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde in december 2024 de beroepen van Stichting Beter Zeist, Buurt- en Belangenvereniging Huis ter Heide en een derde appellant gegrond en vernietigde het besluit van het college van 7 februari 2023 dat de bezwaren ongegrond verklaarde. De rechtbank vond de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende, met name over de verkeersveiligheid en de belangenafweging.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college voldoende onderzoek en motivering had verricht, dat het verkeersbesluit noodzakelijk was voor de verkeersveiligheid en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Daarnaast vernietigde de Afdeling het besluit van 11 september 2025 dat was genomen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank, omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen het verkeersbesluit ongegrond.
Uitspraak
202500578/1/A2.
Datum uitspraak: 4 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Zeist,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 december 2024 in zaken nrs. 23/1821, 23/1822 en 23/1824 in het geding tussen:
1. Stichting Beter Zeist (hierna: SBZ),
2. Buurt- en Belangenvereniging Huis ter Heide (hierna: BBV),
3. [appellante sub 3],
en
het college.
Procesverloop
Bij besluit van 30 maart 2022 (hierna: het verkeersbesluit) heeft het college de Huis ter Heideweg in Zeist, ter hoogte van het viaduct over de A28, afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van lijnbussen.
Bij besluit van 7 februari 2023 heeft college, voor zover hier van belang, de door SBZ, BBV en [appellante sub 3] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 december 2024 heeft de rechtbank de door SBZ, BBV en [appellante sub 3] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard en het besluit van 7 februari 2023 vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.
SBZ, BBV en [appellante sub 3] hebben elk een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Buurtcomité Korte Poot Veilig (hierna: KPV) heeft gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid een schriftelijke uiteenzetting in te dienen.
SBZ heeft een nader stuk ingediend.
Bij besluit van 11 september 2025 heeft het college de door SBZ, BBV en [appellante sub 3] tegen het verkeersbesluit gemaakte bezwaren opnieuw ongegrond verklaard.
SBZ en BBV hebben elk gronden ingediend tegen dit besluit.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 27 oktober 2025, waar het college, vertegenwoordigd door mr. R.E. Helder, advocaat in Utrecht, en A. Brokkaar, J. Brouwer en P. Vuijk, SBZ, vertegenwoordigd door [gemachtigde], BBV, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en [appellante sub 3] zijn verschenen. Verder is KPV, vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
1. Huis ter Heide is een dorp in de gemeente Zeist. De gemeente wil hier, in een gebied tussen de A28 en de N237, twee woningbouwlocaties ontwikkelen. Ten behoeve van de ontsluiting van deze locaties via de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg wordt de Blanckenhagenweg vanaf de N238 verder in de richting van deze locaties doorgetrokken. In de huidige situatie wordt de Prins Alexanderweg ook gebruikt voor doorgaand verkeer van en naar het centrum van Zeist, via de Huis ter Heideweg, die door middel van een viaduct over de A28 doorloopt ten zuiden van de A28. Het college vindt dit onwenselijk in de nieuwe situatie. Het college heeft daarom het verkeersbesluit genomen om te bewerkstelligen dat doorgaand verkeer gebruik maakt van de Amersfoortseweg en de N238. De fysieke afsluiting wordt vormgegeven als bussluis.
Besluitvorming
2. In het verkeersbesluit heeft het college uiteengezet dat de gemeente Zeist zicht committeert aan de landelijke Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018-2030 (hierna: de Visie). Binnen de Visie kunnen wegen een verkeersfunctie of verblijfsfunctie hebben. Wegen met een verblijfsfunctie zijn bedoeld om het herkomst- en bestemmingsverkeer naar verblijfsgebieden af te wikkelen. Wegen met een verkeersfunctie zijn bedoeld om doorgaand verkeer af te wikkelen. Deze wegen kunnen voor een ongewenste barrièrewerking zorgen binnen verblijfsgebieden. Daarom is het voor de leefbaarheid gewenst dat in de totale wegencategorisering een beperkt aantal wegen een verkeersfunctie heeft. Het gebied Huis ter Heide is gelegen tussen de Amersfoortseweg (N237), de Zandbergenlaan en de A28 en kan als verblijfsgebied worden gezien. Binnen dit gebied hebben de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg een belangrijke rol in het afwikkelen van herkomst- en bestemmingsverkeer. Zij kunnen zodoende aangeduid worden als wegen met een verblijfsfunctie. De provinciale wegen Amersfoortseweg en Zandbergenlaan hebben voor Huis ter Heide een verkeersfunctie.
Uit een kentekenonderzoek van Meetel uit 2019 blijkt dat in de huidige situatie sprake is van ongewenst doorgaand verkeer over de Prins Alexanderweg en de Huis ter Heideweg. Door de verblijfsfunctie van deze wegen heeft dat verkeer een negatieve invloed op de leefbaarheid en bereikbaarheid, omdat het gebruik van de wegen niet overeenkomt met de functie en vormgeving ervan. Wanneer de Blanckenhagenweg wordt doorgetrokken, ontstaat volgens een ander onderzoek het risico op nog meer doorgaand verkeer door Huis ter Heide. Dit terwijl het gewenst is dat doorgaand verkeer niet door Huis ter Heide rijdt, maar via de Amersfoortseweg en de Zandbergenlaan wordt afgewikkeld.
Om doorgaand verkeer door Huis ter Heide tegen te gaan, is het wenselijk om op de Huis ter Heideweg, ter hoogte van het viaduct over de A28 bij het Glaxogebouw (Huis ter Heideweg nr. 62), een fysieke afsluiting te realiseren voor gemotoriseerd verkeer.
Met het verkeersbesluit worden, op basis van artikel 2 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994), de volgende doelstellingen beoogd: het verzekeren van de veiligheid op de weg, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan, het zo veel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer en tot slot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer.
3. In het besluit op bezwaar heeft het college daaraan onder meer het volgende toegevoegd.
Door de geplande woningbouw komt er veel verkeer bij. Zonder wegafsluiting kan niet worden voldaan aan de doelstellingen van een veilig en verkeersluw Huis ter Heide. De wegafsluiting is één van de mogelijkheden om het verkeer te reguleren. Naar deze mogelijkheden is intern en extern onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat de wegafsluiting de beste optie is. Door de wegafsluiting vervalt vanuit Huis ter Heide de korte verbinding naar Zeist en terug. Daar staat tegenover dat gebruik kan worden gemaakt van de Blanckenhagenweg. Deze weg zal worden verbeterd en aangepast aan de nieuwe functie als ontsluitingsweg. In de wegafsluiting bevindt zich een bussluis, zodat de wegafsluiting geen invloed heeft op de busverbindingen tussen Huis ter Heide en Zeist. Fietsers kunnen gebruik blijven maken van het viaduct. In de belangenafweging is voldoende rekening gehouden met de nadelige gevolgen voor de indieners van de bezwaarschriften en andere inwoners van Huis ter Heide.
Aangevallen uitspraak
4. Volgens de rechtbank zijn het onderzoek naar en de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende. Er is onvoldoende duidelijk geworden waarom het verkeersbesluit de verkeersveiligheid dient, wat de gevolgen van het verkeersbesluit zijn en waarom de voor belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit onvoldoende tegen het doel opwegen. Ter toelichting van dat oordeel heeft zij onder meer het volgende overwogen.
4.1. Het verkeersbesluit is vooral genomen in het belang van de verkeersveiligheid. Daarbij heeft het college met name van belang geacht dat de wegen in Huis ter Heide conform hun functie worden gebruikt.
4.2. Het college heeft met de verwijzing naar de Visie en de verschillende onderzoeken onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd waarom de afsluiting nodig is in het kader van de verkeersveiligheid en zwaarder moet wegen dan de belangen van bewoners om (met gemotoriseerd verkeer) gebruik te kunnen blijven van het viaduct.
4.3. Uit de Visie maakt de rechtbank niet op dat er een strikte scheiding gehanteerd moet worden tussen wegen met een verblijfsfunctie en wegen met een verkeersfunctie. In de Visie is namelijk ook melding gemaakt van zogenoemde grijze wegen (wegen met verschillende dominante verkeersfuncties op verschillende tijdstippen). In die gevallen kan dynamische mono-functionaliteit mogelijk een oplossing bieden. De enkele constatering dat er (een risico op) doorgaand verkeer over de Prins Alexanderweg en de Blanckenhagenweg is en dat die wegen niet overeenkomstig de functie worden gebruikt, is geen toereikende onderbouwing voor het standpunt dat de verkeersafsluiting, na afweging van de daarbij betrokken belangen, nodig is voor de verkeersveiligheid.
4.4. Dat geldt ook voor de andere onderzoeken die het college heeft genoemd. Wat betreft de Prins Alexanderweg heeft het college gewezen op een kentekenonderzoek. Hoewel daaruit volgt dat die weg niet alleen voor bestemmingsverkeer wordt gebruikt, kan daaruit niet worden opgemaakt in welke mate als gevolg daarvan de verkeersveiligheid in het geding is. Met dat doel is dat onderzoek ook niet opgesteld. Dit geldt eveneens voor de onderzoeken van Antea Group (hierna: Antea) waar het college naar heeft verwezen in het kader van de verwachte toename van het doorgaand verkeer als gevolg van de ontsluiting van de Blanckenhagenweg. De rapporten van een aantal van deze onderzoeken zijn opgesteld na de totstandkoming van het besluit van 7 februari 2023 en in zoverre niet betrokken bij de totstandkoming van het verkeersbesluit. Bovendien hebben die rapporten vooral betrekking op de (negatieve) impact van de ontsluiting via de Blanckenhagenweg op de verkeersintensiteit op de ovonde. De onderzoeken bieden geen inzicht in de verkeersveiligheid in Huis ter Heide.
4.5. Daarbij leidt de afsluiting tot een verkeersonveiligere situatie. Gemotoriseerd verkeer in Huis ter Heide kan door de afsluiting alleen nog via de Blanckenhagenweg en de ovonde richting Zeist. Het college is hierop onvoldoende ingegaan. Het college heeft, onder verwijzing naar de rapporten van Antea, volstaan met de reactie dat er geen significante impact op de ovonde is en dat de problemen bij de ovonde alleen worden veroorzaakt door de autonome groei van het verkeer. De rechtbank volgt deze reactie niet. Uit de rapporten van Antea volgt dat er problemen zijn bij de ovonde die alleen maar groter worden door de ontsluiting van de Blanckenhagenweg. Bovendien komt daarin niet terug wat de gevolgen van de afsluiting van de Huis ter Heideweg zijn voor de verkeersveiligheid.
Hoger beroep van het college
5. Het college is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. In de kern komt dat oordeel erop neer dat op grond van de onderzoeken en de onderbouwing van het verkeersbesluit onvoldoende duidelijk is dat het verkeersbesluit de verkeersveiligheid dient, wat de gevolgen van dat besluit zijn en waarom de voor de voor belanghebbenden nadelige gevolgen van dat besluit onvoldoende tegen het doel ervan opwegen.
5.1. De Afdeling zal eerst het toetsingskader weergeven en daarna ingaan op de gronden van het college. Zij zal afsluiten met een conclusie.
Toetsingskader
5.2. Het college heeft beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen, genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994. Het college dient dit naar behoren te motiveren. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het college heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is, gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of (de uitkomst van) de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Verkeersveiligheid
5.3. Uit de rechtspraak van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 21 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3217, onder 5.1) volgt dat het college op grond van de richtlijnen van de Visie verkeersmaatregelen mag nemen. Met het verkeersbesluit heeft het college beoogd om het verblijfsgebied Huis ter Heide in te richten volgens deze richtlijnen. De Huis ter Heideweg heeft een verblijfsfunctie. Hoewel het, gelet op deze functie, wenselijk is dat de weg door bestemmingsverkeer wordt gebruikt, wordt deze in de huidige situatie ook veel gebruikt door doorgaand verkeer. Vanwege de ontwikkeling van twee woningbouwlocaties in Huis ter Heide en de daardoor te verwachten toename aan verkeer heeft het college proactief willen handelen. Het willen tegengaan van een onwenselijke stroom doorgaand verkeer is in beginsel een toereikende reden voor het nemen van het verkeersbesluit.
5.4. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat onvoldoende duidelijk is geworden waarom het verkeersbesluit de verkeersveiligheid dient. Gelet op de betrokken verkeersbelangen heeft het college redelijkerwijs kunnen oordelen dat het verkeersbesluit nodig was voor de het verzekeren van de veiligheid op de weg. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
5.4.1. Op de zitting van de Afdeling heeft het college toegelicht dat de mono-functionaliteit van de weg het uitgangspunt blijft, omdat het categoriseren van wegen en het inrichten in overeenstemming met het doel ervan in zijn algemeenheid leidt tot minder ongelukken. Dat, zoals BBV heeft gesteld, feitelijk weinig ongevallen hebben plaatsgevonden, doet daar niet aan af. Bovendien wil het college juist inspelen op de situatie in de toekomst, waarbij er, vanwege de aanleg van de nieuwe wijken, meer weggebruikers zullen zijn en daarmee de risico’s op ongevallen op deze wegen groter zullen worden.
5.4.2. Verder heeft het college nader toegelicht waarom de gegevens uit het kentekenonderzoek van Meetel de conclusie rechtvaardigen dat het verkeersbesluit in het belang van de verkeersveiligheid is. Meetel heeft onderzoek gedaan naar het doorstroomverkeer. Daarbij is gekeken op welk punt een auto de wijk in rijdt en vervolgens weer uit rijdt. De tijd is indicatief om het type verkeer vast te stellen. Uit het onderzoek volgt dat het vaak gaat om doorgaand verkeer. Hoewel het onderzoek op zichzelf niets zegt over de verkeersveiligheid, heeft het college hiermee informatie gekregen, op basis waarvan het inzicht heeft gekregen in de hoeveelheid van het verkeer en de typen verkeersdeelnemers. Omdat tussen de typen verkeersdeelnemers verschillen in verkeersgedrag bestaan, zal het in overeenstemming brengen van de weginrichting van de weg met de verblijfsfunctie ervan, op basis van de richtlijnen in de Visie, de verkeersveiligheid vergroten.
5.4.3. Verder heeft de verkeerskundige van de gemeente Zeist op de zitting van de Afdeling de verkeerssituatie rondom de ovonde toegelicht. De afwikkeling van het verkeer uit Huis ter Heide via de ovonde zal in de toekomst, ook zonder de afsluiting van het viaduct, in omvang toenemen. Dit volgt uit de quickscan van Antea. De op het punt van de afwikkeling van het verkeer en de voorsorteerstrook aangevoerde gronden tegen het verkeersbesluit zien op de huidige inrichting van de weg en de ovonde. Daarbij is van belang dat de afwikkeling van dat verkeer wordt gescheiden van de afwikkeling van het verkeer op de aangrenzende snelweg. Hierdoor levert de toename in verkeer daar niet direct een onveilige situatie op. Verder heeft het college op de zitting van de Afdeling gesteld dat er met het doortrekken van de Blanckenhagenweg een extra strook komt. Tegelijkertijd worden op de autoboulevard maatregelen genomen om de doorstroming te bevorderen. Deze volledige herinrichting maakt dat de verkeersituatie veiliger wordt.
Belangenafweging
5.5. Anders dan de rechtbank is de Afdeling verder van oordeel dat het college in de besluitvorming voldoende blijk heeft gegeven van een deugdelijke afweging van de bij het verkeersbesluit betrokken belangen. Daarbij mocht het college de prioriteit leggen bij de verkeersveiligheid. Duidelijk is dat doorgaand verkeer door het verblijfsgebied niet alleen uit verkeerstechnisch oogpunt onwenselijk is, maar ook het woongenot van bewoners in Huis ter Heide beperkt. Dat niet alle bewoners dit als overlast ervaren, maakt niet dat die overlast er niet is.
Zoals het college heeft aangevoerd, heeft de afsluiting geen effecten voor fietsverkeer, anders dan dat het gebruik van de fiets zou kunnen toenemen, omdat de fiets een volwaardig alternatief is om het centrum van Zeist te bereiken. Daarnaast heeft het college voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de bereikbaarheid van voorzieningen. Slechts een aantal voorzieningen ligt direct aan de overkant van het viaduct. Die voorzieningen zijn goed bereikbaar met de fiets. Voor voorzieningen die verder richting het centrum van Zeist liggen, geldt dat ze met de auto sneller zijn te bereiken via een gebiedsontsluitingsweg of dat de reistijd nagenoeg gelijk is. De routes via de Zandbergenlaan en de Amersfoortseweg zijn in dat geval logischer om te rijden dan gebruik te maken van het verkeersviaduct. Dat sommige omwonenden als gevolg van de afsluiting van het verkeersviaduct voor het bereiken van bepaalde voorzieningen moeten omrijden, maakt niet dat de gevolgen van het verkeersbesluit alleen al om die reden onevenredig zijn. Hierbij is van belang dat, zoals het college aanvoert, Huis ter Heide met de aanwezigheid van de Zandbergenlaan en de Amersfoortseweg goed bereikbaar blijft, zowel vanuit het zuiden als vanuit het noorden. De wijziging heeft geen significant effect op de reistijd voor gemotoriseerd verkeer. Dat op bepaalde tijden extra reistijd kan ontstaan, heeft niets te maken met de wijziging van de infrastructuur, maar is te wijten aan congestie elders op het netwerk, zoals het college heeft uiteengezet.
Het college mocht afgaan op de onderzoeksrapporten over de bereikbaarheid. Het bestaan van alternatieve scenario’s maakt niet dat de gemaakte keuze die het college heeft gemaakt de rechterlijke toets niet kan doorstaan. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1299, onder 5.6.
Het betoog slaagt.
Slotsom
6. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de aangevallen uitspraak. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de door SBZ, BBZ en [appellante sub 3] tegen het besluit van 7 februari 2023 ingestelde beroepen alsnog ongegrond verklaren. Uit het oordeel van de Afdeling over het hoger beroep van het college volgt dat de ter onderbouwing van die beroepen aangevoerde gronden niet tot vernietiging van dat besluit kunnen leiden.
Beroep van rechtswege
7. Het besluit van 11 september 2025 is genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24 vanPro die wet, eveneens geacht onderwerp te zijn van dit geding.
8. Omdat met de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank de grondslag aan het besluit van 11 september 2025 komt te ontvallen, wordt dat besluit vernietigd. De Afdeling komt om die reden niet toe aan het geven van een inhoudelijk oordeel over dit besluit.
Proceskosten
9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland 20 december 2024 in zaken nrs. 23/1821, 23/1822 en 23/1824;
III. verklaart de bij de rechtbank in die zaken ingestelde beroepen ongegrond;
IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zeist van 11 september 2025.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, mr. C.C.W. Lange en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.