ECLI:NL:RVS:2026:679
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 11 februari 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 6 januari 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht heeft op opvang en verstrekkingen. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan op 6 februari 2026 door de voorzieningenrechter M. den Heyer, waarbij tevens een bedrag van € 934,00 aan proceskosten wordt toegekend, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.