ECLI:NL:RVS:2026:713
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 8 augustus 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening niet geschikt is. Daarom wordt besloten om verzoeker te beschermen tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 11 februari 2026 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. J.J.W.P. van Gastel, in aanwezigheid van griffier mr. R.D. Salverda.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.