ECLI:NL:RVS:2026:726
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 26 augustus 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2026 het besluit deels vernietigde vanwege een opgelegd terugkeerbesluit voor Indonesië. Zowel verzoeker als minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 13 februari 2026.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.