ECLI:NL:RVS:2026:734

Raad van State

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
202501941/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbSubsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing subsidie en geen vergoeding griffierecht na gewijzigde subsidieregeling

Het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) wees op 17 februari 2023 de subsidieaanvraag van appellant af omdat zijn woning niet binnen het toepassingsgebied van de subsidieregeling viel. Na een wijziging van de subsidieregeling door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat op 13 november 2023, viel de woning alsnog binnen het toepassingsgebied. Appellant diende daarop een nieuwe aanvraag in, die op 8 december 2023 werd toegekend.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het eerdere besluit van 12 oktober 2023 niet-ontvankelijk, omdat appellant geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling gezien de latere subsidieverlening. Appellant stelde in hoger beroep dat het SNN het griffierecht voor de behandeling van het beroep had moeten vergoeden, omdat hij in het gelijk was gesteld.

De Afdeling oordeelt dat het SNN niet is tegemoetgekomen aan appellant in de zin van artikel 8:75a Awb, omdat de subsidie werd toegekend op basis van gewijzigde omstandigheden en niet op de door appellant aangevoerde gronden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat een eerder vergelijkbare zaak niet vergelijkbaar is vanwege een motiveringsgebrek in het besluit van het SNN in die zaak. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; geen vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

202501941/1/A2.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 18 februari 2025 in zaak nr. 23/5003 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Procesverloop
Bij besluit van 17 februari 2023 heeft het SNN een aanvraag van [appellant] om subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel voor onderhoud of verbetering van zijn woning afgewezen.
Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het SNN het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 18 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het SNN heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1.       In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht geen aanleiding heeft gezien om het SNN te gelasten het door [appellant] voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Achtergrond van het geschil
2.       [appellant] heeft een subsidie van € 10.000,00 aangevraagd op grond van de Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen (de subsidieregeling).
3.       Aan het besluit van 17 februari 2023 heeft het SNN ten grondslag gelegd dat de woning van [appellant] niet is gelegen in één van de postcodegebieden, bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de subsidieregeling.
4.       Bij regeling van 13 november 2023 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat het toepassingsgebied van de subsidieregeling uitgebreid. De woning valt daardoor alsnog onder het toepassingsgebied van de subsidieregeling.
5.       Op 30 november 2023 heeft [appellant] een nieuwe aanvraag gedaan op grond van de gewijzigde subsidieregeling. Bij besluit van 8 december 2023 heeft het SNN deze aanvraag ingewilligd en aan [appellant] een subsidie van € 10.000,00 verleend.
Uitspraak van de rechtbank
6.       Volgens de rechtbank heeft [appellant] geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel over zijn beroep tegen het besluit van 12 oktober 2023. Omdat het SNN aan [appellant] met het besluit van 8 december 2023 alsnog het maximale subsidiebedrag heeft verleend voor de kosten van verduurzaming, verbetering en onderhoud van zijn woning, kan [appellant] met deze beroepsprocedure niet langer bewerkstelligen dat het SNN (meer) subsidie moet verlenen voor de kosten van werkzaamheden aan zijn woning.
Hoger beroep
7.       [appellant] is het er niet mee eens dat hij het in beroep betaalde griffierecht niet heeft teruggekregen. Hij voert aan dat het SNN aan hem is tegemoetgekomen. Hij is door het SNN in het gelijk gesteld en een vergoeding van het griffierecht ligt dan in de rede.
7.1.    Van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb is geen sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit neemt op andere gronden dan door de indiener aangevoerd of wegens gewijzigde omstandigheden (zie de uitspraak van de Afdeling van 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2014).
7.2.    Zoals onder 5 is overwogen, heeft het SNN, bij besluit van 8 december 2023, de subsidie van € 10.000,00 verleend naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van [appellant]. Dit besluit is gebaseerd op de door de staatssecretaris op 13 november 2023 gewijzigde subsidieregeling. Aangezien het SNN de subsidie aan [appellant] heeft toegekend vanwege gewijzigde omstandigheden, is het SNN niet aan [appellant] tegemoetgekomen.
7.3.    Het betoog faalt.
8.       [appellant] betoogt verder dat de rechtbank in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld, omdat zij het SNN niet heeft gelast het griffierecht te vergoeden, terwijl zij dat in een vergelijkbaar geval wel heeft gedaan, gelet op haar uitspraak van 12 december 2024 (ECLI:NL:RBNNE:2024:5072).
8.1.    In deze uitspraak is de rechtbank gekomen tot een inhoudelijke beoordeling van het tegen een besluit van het SNN van 4 april 2023 ingestelde beroep en heeft zij dat beroep ongegrond verklaard. Omdat het SNN op de zitting het aanbod had gedaan om het door de betrokkene betaalde griffierecht te vergoeden, zelfs ingeval de rechtbank het beroep ongegrond zou verklaren, heeft de rechtbank bepaald dat het SNN het griffierecht moet vergoeden. Uit de schriftelijke uiteenzetting, waarin het SNN een toelichting op haar handelwijze in de andere zaak heeft gegeven, valt af te leiden dat het SNN dat aanbod heeft gedaan wegens een motiveringsgebrek in het besluit van 4 april 2023. Hieruit volgt dat de andere zaak geen betrekking heeft op een geval dat vergelijkbaar is met de situatie van [appellant].
8.2.    Het betoog faalt.
Conclusie
9.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
10.     Het SNN hoeft geen proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hazen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2026
452-1175