ECLI:NL:RVS:2026:782
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- B. Meijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplannen Veegplan 1 en 2 wegens schending rechtszekerheidsbeginsel en onvoldoende belangenafweging
De raad van de gemeente Brielle stelde op 22 december 2021 en 30 mei 2024 de bestemmingsplannen Veegplan 1 en Veegplan 2 vast, die onderdeel zijn van het Omgevingsplan Buitengebied Brielle. Appellant, eigenaar van een paardenbedrijf op een perceel in Zwartewaal, stelde beroep in tegen beide besluiten omdat de buitenruimte van zijn paardenstalling te veel beperkt werd en zijn concrete initiatief voor uitbreiding niet werd meegenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de plannen met verbrede reikwijdte geconsolideerd en via een gemeentelijke planviewer beschikbaar werden gesteld, maar dat het niet mogelijk was om de inhoud van Veegplan 1 en 2 afzonderlijk en op het moment van vaststelling te achterhalen. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat appellant een voldoende concreet en tijdig kenbaar initiatief had ingediend dat de raad bij de vaststelling van beide Veegplannen had moeten meenemen. De raad had dit niet gedaan en ook onvoldoende rekening gehouden met een verleende, maar nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning. Hierdoor is artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geschonden.
De Afdeling verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten voor het perceel van appellant en droeg de raad op de gebreken binnen vier weken te herstellen. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten.
Uitkomst: De bestemmingsplannen Veegplan 1 en Veegplan 2 worden vernietigd voor het perceel van appellant wegens schending van het rechtszekerheidsbeginsel en onvoldoende belangenafweging.