ECLI:NL:RVS:2026:804
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na terugkeerbesluit en afwijzing beroep
Appellant is bij besluit van 13 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 12 november 2025 het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het terugkeerbesluit van 21 september 2022 ter inzage is gelegd in het aanmeldcentrum te Ter Apel, omdat er geen gemachtigde van appellant bekend was en het besluit niet persoonlijk kon worden uitgereikt. Dit is in overeenstemming met de Vreemdelingenwet en de Vreemdelingenbesluitregeling, waardoor de bewaring op dit besluit kon worden gebaseerd.
Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het oordeel van de rechtbank niet wordt vernietigd. De Afdeling ziet ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.