ECLI:NL:RVS:2026:82
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking horeca-exploitatievergunning wegens aanwezigheid drugs en wapens
De burgemeester van Sittard-Geleen heeft op 23 april 2020 de horeca-exploitatievergunning van appellanten ingetrokken nadat bij een politieonderzoek diverse soft- en harddrugs, een stroomstootwapen, digitale weegschalen en grote hoeveelheden contant geld in de horecagelegenheid waren aangetroffen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester werd gehandhaafd. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het aanwezig hebben van soft- en harddrugs strafbaar is en dat de burgemeester op grond daarvan terecht de vergunning heeft ingetrokken. Ook de aanwezigheid van een stroomstootwapen en andere verboden middelen maakt de overtreding ernstig. Het Horeca-exploitatievergunningenbeleid biedt de burgemeester beoordelingsruimte om bij ernstige overtredingen af te zien van een waarschuwing en direct tot intrekking over te gaan.
Appellanten voerden aan dat zij niet strafrechtelijk vervolgd zijn en dat de maatregelen onevenredig zijn, mede omdat zij financieel verlies lijden. De Afdeling oordeelt dat appellanten verwijt treft omdat zij op de hoogte hadden moeten zijn van de situatie in de horecagelegenheid. De cumulatie van intrekking van de vergunning en sluiting van de horeca is niet onevenredig. Ook de overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot toekenning van schadevergoeding in deze procedure.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking van de horeca-exploitatievergunning wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.