ECLI:NL:RVS:2026:81
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horeca-inrichting wegens drugshandel en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De burgemeester van Sittard-Geleen sloot op 14 april 2020 een horeca-inrichting voor twaalf maanden vanwege de aanwezigheid van drugs en drugshandel. Dit besluit werd ondersteund door een bestuurlijke rapportage waarin hennep, hasj, XTC-pillen, vermoedelijke cocaïne en andere attributen werden aangetroffen. De V.O.F. en de exploitant betwistten de bevoegdheid van de burgemeester en de proportionaliteit van de maatregel.
De rechtbank Limburg oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De V.O.F. en de exploitant gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De burgemeester mocht de sluiting opleggen op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gelet op de aangetroffen drugs en de MMA-meldingen. De bezwaren tegen de betrouwbaarheid van de meldingen en de aard van de aangetroffen middelen werden verworpen. Ook was de duur van de sluiting niet onevenwichtig gezien de ernst van de overtreding en de locatie.
De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn van de procedure met 21 maanden was overschreden en kende een aanvullende schadevergoeding toe van € 333,33 aan elk van de appellanten. De Staat werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de horeca-inrichting en kent een aanvullende schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.