ECLI:NL:RVS:2026:854
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake extra herkansing UvA
Bij beslissing van 7 augustus 2025 wees de examencommissie Computational Social Science van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van verzoekster om een extra herkansing af. Verzoekster stelde hiertegen administratief beroep in, dat op 12 december 2025 door het college van beroep voor de examens (CBE) ongegrond werd verklaard. Verzoekster wendde zich vervolgens tot de Raad van State met een verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 februari 2026, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een advocaat en het CBE werd vertegenwoordigd door een advocaat en een lid van de examencommissie. De Afdeling bestuursrechtspraak had kort daarvoor in een gerelateerde zaak het beroep van verzoekster gegrond verklaard en een voorlopige voorziening getroffen, waardoor het verzoek in deze zaak feitelijk overbodig werd.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en bepaalde dat het CBE het betaalde griffierecht van verzoekster vergoedt. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 18 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van een extra herkansing wordt afgewezen.