202600459/1/A2.
Datum uitspraak: 16 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Centrumrechts Bernheze, gevestigd in Heesch, gemeente Bernheze,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Bernheze,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2026 heeft het centraal stembureau de door Centrumrechts Bernheze ingeleverde kandidatenlijst voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen geldig verklaard.
Tegen dit besluit heeft Centrumrechts Bernheze beroep ingesteld.
Het centraal stembureau heeft een verweerschrift ingediend.
De Kiesraad heeft inlichtingen verschaft.
Centrumrechts Bernheze heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 februari 2026, waar Centrumrechts Bernheze, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. G.A. van der Veen en mr. V. Şimşek, advocaten te Rotterdam, vergezeld door E. Meeuwissen en M. Verberk, zijn verschenen. Verder is op de zitting de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. M. Mangert, gehoord.
Overwegingen
Inleiding
1. Aanvankelijk heeft Centrumrechts Bernheze op 2 februari 2026 bij het centraal stembureau een kandidatenlijst met acht kandidaten ingeleverd. Omdat de kandidatenlijst niet overeenkwam met de schriftelijke verklaringen van ondersteuningen die zijn gebaseerd op een kandidatenlijst met zeven kandidaten, heeft het centraal stembureau per e-mail van 2 februari 2026 aan Centrumrechts Bernheze laten weten dat als zij acht kandidaten op de kandidatenlijst wil plaatsen, zij twintig nieuwe ondersteuningsverklaringen moet inleveren en dat alle instemmingsverklaringen opnieuw moeten worden ondertekend. Naar aanleiding daarvan heeft Centrumrechts Bernheze op 2 februari 2026 een kandidatenlijst met zeven kandidaten ingeleverd.
Beroepsgronden
2. Centrumrechts Bernheze betoogt in beroep dat het centraal stembureau het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door haar er op 2 februari 2026 pas op te wijzen dat zij de verplichting heeft om nieuwe ondersteuningsverklaringen en instemmingsverklaringen in te leveren als zij een extra kandidaat aan de lijst wil toevoegen. Volgens Centrumrechts Bernheze is een termijn van twee dagen te kort om aan die verplichtingen te voldoen. Zij betoogt verder dat het centraal stembureau het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door de kandidatenlijst van ONS Bernheze geldig te verklaren, terwijl ONS Bernheze de wettelijke procedure voor nieuwe partijen niet heeft doorlopen. Centrumrechts Bernheze heeft de Afdeling verzocht het besluit van 6 februari 2026 van het centraal stembureau te vernietigen, voor zover dat op de kandidatenlijst met de aanduiding Centrumrechts Bernheze ziet, en om R. Schuurmans als achtste kandidaat op de kandidatenlijst te plaatsen.
Oordeel van de Afdeling
3. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de politieke groepering ervoor zorg te dragen dat uiterlijk op 2 februari 2026 een verzoek is ingediend dat voldoet aan de eisen van de Kieswet, zoals aan artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet. In dat artikel staat dat bij een kandidatenlijst, voor iedere kieskring waarvoor de lijst wordt ingeleverd, schriftelijke verklaringen van ondersteuning moeten worden overgelegd, waarop de kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde volgorde worden vermeld als op de lijst. Door op 2 februari 2026 uiteindelijk een kandidatenlijst met zeven kandidaten in te leveren die overeenkomt met de schriftelijke verklaringen van ondersteuning, heeft het centraal stembureau op 6 februari 2026 de geldigheid van de kandidatenlijst van Centrumrechts Bernheze op grond van artikel I 4 van de Kieswet kunnen vaststellen. Dat Centrumrechts Bernheze er niet voor heeft gekozen om vast te houden aan haar kandidatenlijst met acht kandidaten en te proberen om het verzuim dat daarmee zou ontstaan op grond van artikel I 2, tweede lid, van de Kieswet binnen twee dagen te herstellen, kan niet aan het centraal stembureau worden tegengeworpen.
3.1. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. Dat het centraal stembureau Centrumrechts Bernheze heeft laten weten dat zij op 2 februari 2026 nog een achtste kandidaat mocht toevoegen aan de kandidatenlijst, is in overeenstemming met de Kieswet. Maar uit artikel H 4, eerste lid, van de Kieswet volgt dat zij daarbij twintig nieuwe ondersteuningsverklaringen moet inleveren. Van een ondubbelzinnige toezegging dat zij niet aan deze eis hoefde te voldoen, is niet gebleken. Alleen al daarom slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet.
3.2. Evenmin is gebleken dat het centraal stembureau ONS Bernheze en Centrumrechts Bernheze ongelijk heeft behandeld. Daargelaten dat een bestuursorgaan niet verplicht is een gemaakte fout te herhalen, is ook geen sprake van gelijke gevallen. Het centraal stembureau ging er, anders dan bij Centrumrechts Bernheze, vanuit dat ONS Bernheze een voortzetting was van een andere partij, te weten 50PLUS.
3.3. In het betoog is verder geen grond te vinden voor het oordeel dat het besluit van 6 februari 2026, voor zover dat op de kandidatenlijst met de aanduiding Centrumrechts Bernheze ziet, onjuist is te achten.
Conclusie
4. Het beroep is ongegrond.
5. Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.
w.g. Borman
voorzitter
w.g. Engele
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2026
1033