ECLI:NL:RVS:2026:91
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot uitzetting en verblijfsvergunning
Op 9 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd, door de minister van Asiel en Migratie was afgewezen. Bij het besluit van 4 juni 2025 werd verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Hierop heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat er op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat er een beslissing is genomen op het hoger beroep. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die in totaal € 934,00 bedragen, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.