ECLI:NL:RVS:2026:944
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 27 mei 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 december 2025 ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bij een eerdere ordemaatregel op 29 december 2025 bepaald dat de beëindiging van verstrekkingen op 23 december 2025 achterwege blijft. In de onderhavige uitspraak wordt het resterende deel van het verzoek behandeld, waarbij verzoeker vraagt om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter acht het verzoek gegrond en treft een voorlopige voorziening die bepaalt dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat dit reeds bij de ordemaatregel is bepaald.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.