ECLI:NL:RVS:2026:946

Raad van State

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
202501962/3/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken om schorsing winningsplan Warffum door Raad van State

Bij besluit van 27 maart 2025 stemde de minister van Klimaat en Groene Groei in met het winningsplan Warffum van de NAM, dat verlenging van gaswinning tot 31 december 2032 voorziet. Verzoekers, waaronder de Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en het college van gedeputeerde staten Groningen, vroegen om schorsing van dit besluit om gaswinning te voorkomen totdat de bodemprocedure is afgerond. De voorzieningenrechter wees het eerste verzoek op 5 juni 2025 af.

Verzoekers dienden een tweede verzoek in, onder verwijzing naar ontwikkelingen na 5 juni 2025, zoals een aardbeving op 14 november 2025, moties van de Tweede Kamer die oproepen tot stopzetting van gaswinning, de financiële situatie van de NAM en het feit dat er nauwelijks gas werd gewonnen in de maanden juni tot november 2025. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze ontwikkelingen geen aanleiding geven om de belangenafweging anders te maken dan bij de eerdere uitspraak.

De voorzieningenrechter erkende de maatschappelijke onrust en onveiligheid door de aardbeving en gaswinning, maar stelde dat de belangen van de NAM en minister bij hervatting van de gaswinning, mede vanwege de continuïteit van de Grijpskerk-installatie en het belang van het gasveld Warffum voor de Nederlandse gasvoorziening, zwaarder wegen. Daarom werden de verzoeken om schorsing afgewezen.

Uitkomst: De verzoeken om schorsing van het winningsplan Warffum worden afgewezen vanwege zwaarder wegende belangen bij gaswinning.

Uitspraak

202501962/3/R4.
Datum uitspraak: 24 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1.       Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum, gevestigd in Warffum, gemeente Het Hogeland, en anderen
2.       het college van gedeputeerde staten van Groningen en anderen,
verzoekers,
en
de minister van Klimaat en Groene Groei,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) ingediende winningsplan Warffum van 23 september 2022.
Tegen dit besluit hebben onder meer de Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen beroep ingesteld.
De Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 5 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2569, afgewezen.
De Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen en het college en anderen hebben de voorzieningenrechter een tweede keer verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De NAM en de minister hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op een zitting behandeld op 12 februari 2026, waar de Vereniging voor Dorpsbelangen Warffum en anderen, vertegenwoordigd door mr. P.M.J. de Goede, advocaat in Groningen, vergezeld door [persoon], het college en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.E. van ’t Hof, vergezeld door P.W. van Hoorn, en de minister, vertegenwoordigd door mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter, advocaten in Den Haag, vergezeld door mr. J.E.W. Tieleman, zijn verschenen. Verder is op de zitting de NAM, vertegenwoordigd door mr. L. Ensing, vergezeld door [personen], gehoord.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Inleiding
2.       Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister ingestemd met het door de NAM ingediende winningsplan Warffum. Het winningsplan Warffum voorziet in verlenging van de gaswinning uit het bestaande gasveld Warffum tot en met 31 december 2032. Op het moment van het besluit van 27 maart 2025 lag de gaswinning uit het gasveld Warffum stil, omdat de in het eerdere winningsplan opgenomen winningsperiode was verstreken. Verzoekers beogen schorsing van het besluit van 27 maart 2025 om te voorkomen dat gaswinning plaatsvindt voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.
De eerste en tweede verzoeken om schorsing
3.       In de hierboven genoemde uitspraak van 5 juni 2025 heeft de voorzieningenrechter aan de hand van een belangenafweging de eerdere verzoeken van verzoekers om schorsing van het besluit van 27 maart 2025 afgewezen. Verzoekers hebben aan hun tweede verzoeken om schorsing van het besluit van 27 maart 2025 ten grondslag gelegd dat er sinds de uitspraak van 5 juni 2025 verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die volgens hen ertoe moeten leiden dat de voorzieningenrechter alsnog het besluit van 27 maart 2025 schorst.
Beoordeling van de tweede verzoeken
4.       Net als in de uitspraak van 5 juni 2025 is de voorzieningenrechter van oordeel dat de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling van de door verzoekers tegen het besluit van 27 maart 2025 aangevoerde beroepsgronden. Beoordeling daarvan zal in de bodemprocedure moeten plaatsvinden. Daarom zal de voorzieningenrechter net als in de uitspraak van 5 juni 2025 op grond van een belangenafweging beoordelen of er aanleiding bestaat om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.
Bij het besluit van 27 maart 2025 zijn vele verschillende belangen betrokken. Die speelden ook al toen de voorzieningenrechter de uitspraak van 5 juni 2025 deed. In deze uitspraak zal de voorzieningenrechter aan de hand van de door verzoekers aangevoerde ontwikkelingen van ná de uitspraak van 5 juni 2025 bezien of de tweede verzoeken aanleiding geven om tot een andere uitkomst van de belangenafweging te komen dan in de uitspraak van 5 juni 2025. Zoals op de zitting besproken, gaat het daarbij om vier specifieke ontwikkelingen.
- Aardbeving 14 november 2025
5.       Allereerst voeren verzoekers aan dat op 14 november 2025 een krachtige aardbeving met twee naschokken heeft plaatsgevonden.
Partijen onderkennen dat uit onderzoek is gebleken dat deze aardbeving niet vanuit het gasveld Warffum is ontstaan, maar vanuit het Groningengasveld ter hoogte van een bekende breuk in de buurt van Loppersum. Dat betekent dat schorsing van het besluit van 27 maart 2025 er niet toe zou hebben geleid dat deze beving niet zou hebben plaatsgevonden en dat schorsing van het besluit van 27 maart 2025 een volgende beving vanuit het Groningengasveld niet kan voorkomen. Dat neemt echter niet weg dat de aardbeving van 14 november 2025 ook in Warffum voelbaar was en dat deze heeft bijgedragen aan de al bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid. Schorsing van het besluit van 27 maart 2025, en dus de zekerheid dat er niet ‘direct onder hun voeten’ gas wordt gewonnen, zou betekenen dat deze bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid niet nog verder worden vergroot. Die betekenis voor de beleving telt mee in de belangenafweging.
- Moties Tweede Kamer der Staten-Generaal
6.       Daarnaast voeren verzoekers aan dat op 17 juni 2025 en op 9 december 2025 een meerderheid van de Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie waarbij de minister is opgeroepen om de gaswinning in Warffum te stoppen. De minister heeft deze moties naast zich neergelegd.
De voorzieningenrechter overweegt dat deze moties met name gaan over de verhouding tussen de Tweede Kamer en de minister. Hoewel uit deze aangenomen moties een maatschappelijke opvatting over gaswinning in Warffum kan worden afgeleid, voegen deze als zodanig in deze procedure slechts een gering gewicht toe aan het belang om het besluit van 27 maart 2025 te schorsen.
- Financiële situatie NAM
7.       Verder voeren verzoekers aan dat de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 juni 2025 in de belangenafweging gewicht heeft toegekend aan het financiële belang van de NAM bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum, maar dat daarna bekend is geworden dat de NAM over 2024 zeer winstgevend was en een zeer hoog bedrag aan dividend heeft uitgekeerd.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of de NAM financieel belang heeft bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum, op zichzelf losstaat van de financiële situatie van de NAM. Hoewel de NAM ook zonder gaswinning vanuit het gasveld Warffum winstgevend zal zijn, betekent dat niet dat met die gaswinning geen financieel belang is gemoeid. De kern van ondernemen is dat je investeringen pleegt en activiteiten onderneemt met als doel daar geld mee te verdienen. En dat belang mag er ook gewoon zijn. Wat verzoekers aanvoeren geeft daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan het financiële belang van de NAM bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum een ander gewicht toe te kennen dan in de uitspraak van 5 juni 2025.
- Nauwelijks gas gewonnen
8.       Ten slotte voeren verzoekers aan dat er in de maanden juni en november van 2025 nauwelijks gas is gewonnen uit het gasveld Warffum en dat in de maanden juli, augustus, september en oktober 2025 helemaal geen gas is gewonnen. Volgens verzoekers betekent dit dat de belangen van de NAM en de minister bij een spoedige hervatting van de gaswinning uit het gasveld Warffum minder groot zijn dan waarvan de voorzieningenrechter in haar uitspraak van 5 juni 2025 is uitgegaan.
Het is de NAM de afgelopen periode niet gelukt om de gaswinning vanuit het gasveld Warffum te hervatten. Doordat de gaswinning langere tijd heeft stilgelegen, is er namelijk water in de put gekomen. In juni en november van 2025 is geprobeerd om de gaswinning op te starten, maar dat is niet gelukt. Een nieuwe poging staat gepland in april 2026. Volgens de NAM zal het steeds lastiger worden de gaswinning te hervatten naarmate die langer stilligt. Op dit moment wordt er dus (nagenoeg) geen gas gewonnen uit het gasveld Warffum.
De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 5 juni 2025 groot gewicht toegekend aan de gevolgen die het niet hervatten van de gaswinning uit het gasveld Warffum zou hebben voor de gasbehandelingsinstallatie Grijpskerk GDF. De voorzieningenrechter heeft daarover overwogen dat die installatie volgens de NAM een zogenoemde minimumflow nodig heeft om te functioneren en dat zonder die minimumflow het risico bestaat dat de installatie stilvalt. In het bijzonder het gasveld Warffum was daarbij volgens de NAM van belang om de vereiste minimumflow te kunnen garanderen, omdat dat gasveld relatief groot is.
Zoals gezegd is sinds de uitspraak van 5 juni 2025 nauwelijks gas gewonnen vanuit het gasveld Warffum. Dat heeft niet tot gevolg gehad dat de Grijpskerk-installatie is stilgevallen. Daar staat tegenover dat de situatie volgens de NAM instabiel is. Zo heeft de NAM toegelicht dat de Grijpskerk-installatie op dit moment op het technisch minimum functioneert en dat daarvoor versneld gasputten in productie moesten worden genomen. Indien de gaswinning vanuit het gasveld Warffum niet kan worden hervat, zou dat volgens de NAM betekenen dat er een grote kans bestaat dat de Grijpskerk-installatie toch zal stilvallen indien er elders iets misgaat.
Over het belang bij hervatting van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum heeft de minister verder nog gewezen op de omstandigheid dat er weliswaar in Nederland ongeveer 200 kleine gasvelden bestaan, maar dat deze tezamen bijna 30% van het totale gasverbruik van Nederland produceren en dat daarbinnen het gasveld Warffum vanwege de hoge productie een belangrijke rol speelt.
De voorzieningenrechter overweegt dat door de feitelijke omstandigheid dat de Grijpskerk-installatie is blijven functioneren ondanks dat het niet is gelukt de gaswinning vanuit het gasveld Warffum te hervatten, afbreuk is gedaan aan het belang waar de voorzieningenrechter in de uitspraak van 5 juni 2025 een groot gewicht aan heeft toegekend. Namelijk het belang van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum voor de continuïteit van de Grijpskerk-installatie. Anderzijds neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat een schorsing waarschijnlijk zal betekenen dat het later nog moeilijker zal zijn om het gasveld Warffum weer op te starten. Bovendien vindt de voorzieningenrechter het aannemelijk dat het gasveld Warffum nog steeds van groot belang is voor de continuïteit van de Grijpskerk-installatie en het belang bij gaswinning in Nederland.
De belangen rondom het onderwerp dat er sinds de uitspraak van 5 juni 2025 nauwelijks gas is gewonnen uit dit veld, leggen dus verschillende gewichten in de weegschaal, zowel aan de ene als de andere kant.
- Uitkomst belangenafweging
9.       Dit alles bij elkaar maakt dat de voorzieningenrechter zich realiseert dat de hervatting van de gaswinning vanuit het gasveld Warffum de al bestaande gevoelens van maatschappelijke onrust en onveiligheid bij bewoners zal versterken. Tegelijkertijd zijn de grote belangen bij gaswinning vanuit het gasveld Warffum naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog steeds aannemelijk. Deze belangen van de NAM en de minister bij hervatting van de gaswinning wegen naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog steeds zwaarder dan de belangen van verzoekers bij schorsing van het besluit van 27 maart 2025. De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekers aangevoerde ontwikkelingen dus geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 5 juni 2025.
Conclusie
10.     De verzoeken worden afgewezen.
11.     De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.
w.g. Verburg
voorzieningenrechter
w.g. Van Es
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026
826