ECLI:NL:RVS:2026:957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen voortzetting bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 26 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 8 januari 2026 het beroep van appellant tegen deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep tegen de voortzetting van de bewaring niet ontvankelijk is, omdat artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 het hoger beroep tegen deze maatregel uitsluit. Alleen indien sprake zou zijn van een schending van het recht op een eerlijk proces zou het verbod op hoger beroep doorbroken kunnen worden, maar dat is hier niet het geval.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 23 februari 2026.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van de bewaring.