ECLI:NL:RVS:2026:971
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 10 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 23 december 2025 het beroep van appellant tegen het voortduren van deze bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het hoger beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 niet is toegestaan. Het hoger beroep kan slechts worden doorbroken indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet is gebleken.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 25 februari 2026.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.