ECLI:NL:RVS:2026:973
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek appellant met onbekende bestemming
Appellant heeft bij besluit van 28 november 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Vervolgens nam de minister op 17 januari 2025 een aanvullend terugkeerbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond voor het afwijzingsbesluit en gegrond voor het terugkeerbesluit, waarbij het terugkeerbesluit werd vernietigd.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure informeerde de minister dat appellant met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De gemachtigde van appellant gaf geen reactie over contact met appellant, waaruit de Afdeling concludeerde dat appellant geen bescherming meer zoekt in Nederland.
Op grond hiervan oordeelde de Afdeling dat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 27 februari 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.