Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Mauritaanse asielzoeker, diende op 9 november 2024 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 28 november 2024 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Eiser stelde dat hij in Mauritanië als een soort slaaf werkte en mishandeld werd, wat hij als grond voor bescherming aanvoerde. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn situatie en verblijf tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd waren, en dat hij geen aannemelijk bewijs had geleverd, zoals medische documenten.
Na sluiting van het onderzoek werd op 17 januari 2025 een aanvullend terugkeerbesluit genomen, waarin ook Marokko als land van terugkeer werd genoemd. Eiser betwistte dit besluit omdat hij geen banden met Marokko heeft. De rechtbank heropende het onderzoek en concludeerde dat het aanvullend terugkeerbesluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat eiser enkel de Mauritaanse nationaliteit heeft en geen concrete aanwijzingen zijn dat Marokko een passend land van terugkeer is.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, maar het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit gegrond, vernietigde het aanvullend terugkeerbesluit en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €907 aan eiser.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing asielaanvraag ongegrond, aanvullend terugkeerbesluit vernietigd en proceskosten toegekend.