ECLI:NL:RVS:2026:994
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen onbevoegdverklaring beroep woningaanbod
Verzoeker heeft op 5 maart 2025 beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Hattem wegens het niet tijdig aanbieden van een woning. De rechtbank verklaarde zich op 22 augustus 2025 onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Hiertegen stelde verzoeker hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde de zaak op 18 november 2025, waarbij beide partijen aanwezig waren. Op 4 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het hoger beroep een uitspraak gedaan, waarmee de procedure werd afgesloten.
Gezien deze uitspraak is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens hoeft het college geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt in aanwezigheid van griffier A.S. Rietveld.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist.