ECLI:NL:CBB:2000:AB2630
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M. Vlasblom
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en preventieve ruiming varkensbedrijven bij klassieke varkenspest
Appellanten, exploitanten van varkensfokbedrijven, maakten bezwaar tegen besluiten waarbij hun varkens verdacht werden verklaard van klassieke varkenspest en preventief werden geruimd. De besluiten waren genomen vanwege de nabijheid van besmette bedrijven en de hoge varkensdichtheid in het gebied.
Het College oordeelde dat de verdachtverklaringen op grond van artikel 2 van Pro het Besluit verdachte dieren voldoende waren onderbouwd, ook al waren er geen klinische ziekteverschijnselen op de bedrijven van appellanten vastgesteld. De bevoegdheid tot het nemen van spoedeisende maatregelen lag bij de aangewezen ambtenaar, niet bij de burgemeester, gezien de urgentie van de situatie.
De preventieve ruiming werd gerechtvaardigd geacht vanwege het algemene belang bij bestrijding van de epidemie, ondanks het belang van appellanten bij behoud van hun hoogwaardige fokmateriaal. Het College verwierp het beroep op willekeur en vond de aanpak passend bij de ernst van de situatie. Ten aanzien van schadevergoeding stelde het College dat de Wet een afzonderlijke regeling kent, en dat deze procedure daar niet over ging.
Het beroep tegen de handhaving van de verdachtverklaringen en maatregelen werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen beslissingen van 9 februari 1997 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van besluiten. Het beroep tegen het besluit van 6 februari 1998 werd gegrond verklaard en vernietigd. Het College bepaalde dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de handhaving van de verdachtverklaringen en maatregelen werd ongegrond verklaard, behalve het beroep tegen het besluit van 6 februari 1998 dat werd vernietigd.