ECLI:NL:CBB:2000:ZG1820
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M. Vlasblom
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van korting op schadevergoeding bij varkenspestbestrijding wegens niet-naleving meldingsplicht
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin een tegemoetkoming in schade wegens varkenspest werd verlaagd met 35%, omdat appellant niet tijdig meldingen deed van de aanvoer van varkens aan het I&R-bureau. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het beroep en oordeelde dat het ontbreken van een vertegenwoordiger van verweerder bij de hoorzitting geen nadeel voor appellant opleverde.
Het College stelde vast dat de korting niet als een punitieve sanctie moet worden gezien, maar als een vorm van risicotoedeling tussen overheid en varkenshouder. De korting is gebaseerd op wettelijke bepalingen en algemene maatregelen van bestuur die percentages vaststellen voor verlaging bij overtredingen die het risico op verspreiding van varkenspest verhogen.
Appellant voerde aan dat de korting disproportioneel was en dat het meldingssysteem gebrekkig functioneerde, waardoor tijdige melding niet redelijkerwijs mogelijk was. Het College erkende de problemen met het meldingssysteem, maar concludeerde dat de gehanteerde mitigaties voldoende waren en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een uitzondering rechtvaardigen.
Verder oordeelde het College dat de beleidslijn van verweerder om geen korting toe te passen bij preventieve ruimingen gerechtvaardigd was en dat het onderscheid tussen preventief en besmet geruimde bedrijven redelijk was. De klacht dat het kortingspercentage niet individueel afgestemd kon worden, werd verworpen omdat de wetgever bewust een rigide stelsel had gekozen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de 35% korting op de schadevergoeding wegens niet tijdige melding van varkensaanvoer wordt ongegrond verklaard.