ECLI:NL:CBB:2001:AD4871
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beslissing over rechtsgevolg intrekking USA-erkenning exportbedrijf kalfsvlees
Appellante, een exporteur van kalfsvlees, werd door de RVV op 28 april 1999 geïnformeerd dat haar procesbeheerssysteem niet werd goedgekeurd en dat haar bedrijf van de lijst voor export naar de USA werd verwijderd. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat het geen besluit zou betreffen volgens de Awb.
Het College beoordeelde of de brief van de RVV een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het oordeelde dat het onderzoek en de verklaring van de RVV een publiekrechtelijke taak betreft en dat het weigeren of intrekken van de verklaring een direct rechtsgevolg heeft, namelijk het verhinderen van export naar de USA.
Het College verwierp het standpunt van verweerder dat het rechtsgevolg uitsluitend in het buitenland optreedt en stelde vast dat het Nederlandse recht met artikel 79 Gwd Pro juist beoogt dat Nederlandse autoriteiten bindend vaststellen of aan buitenlandse eisen wordt voldaan.
Daarom is de brief van 28 april 1999 een besluit in de zin van de Awb en had het bezwaar ontvankelijk verklaard moeten worden. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw op het bezwaar beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierecht ten gunste van appellante.
Uitkomst: De brief van de RVV van 28 april 1999 is een besluit in de zin van de Awb, waardoor het bezwaar ontvankelijk is en het bestreden besluit wordt vernietigd.