ECLI:NL:CBB:2007:BB0934
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen facturering keuringswerkzaamheden onder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante betwistte de betaling van een factuur van fl. 34.308,49 voor keuringswerkzaamheden door de RVV, die zij onder protest betaalde uit angst voor stopzetting van de werkzaamheden. Zij stelde dat zij geen schriftelijk verzoek voor deze werkzaamheden had gedaan en dat de wettelijke grondslag ontbrak, omdat zij haar producten niet exporteerde.
Het College stelde vast dat de factuur een besluit in de zin van de Awb is en dat appellante tijdig bezwaar had gemaakt tegen de factuur van 16 april 2001. De overige facturen werden niet tijdig betwist en het bezwaar daartegen werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het College oordeelde dat de werkzaamheden daadwerkelijk waren verricht en dat uit de feitelijke gang van zaken, waaronder het vooraf invullen van geleidebiljetten door een medewerker van appellante, kon worden afgeleid dat de werkzaamheden op verzoek waren uitgevoerd. De stelling van appellante dat zij geen export verrichtte en dus geen belang had bij de geleidebiljetten werd weerlegd door eerdere verklaringen dat deze dienden om de marktwaarde aan binnenlandse afnemers te tonen.
Verder werd geoordeeld dat de wettelijke grondslag in artikel 79 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en artikel 5c van de Regeling tarieven Gwd aanwezig is en dat de facturering rechtmatig was. De klacht over overschrijding van de beslistermijn en vermeende onpartijdigheid van de voorzitter van de hoorcommissie werd verworpen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de facturering van keuringswerkzaamheden is ongegrond verklaard.